type e
De Vaderlandse Orde van Verdienste (Vaterländischer Verdienstorden) werd ingesteld op 21 april 1954 in drie klassen: goud, zilver en brons. Op 15 april 1965 werd als hoogste klasse toegevoegd: ere-draagteken goud (Ehrenspange gold). Hieraan kon de gouden orde worden bevestigd. De "Vaterländischer Verdienstorden" werd toegekend voor:
opvallende prestaties in de strijd van de Duitse en internationale arbeidersbeweging bij de opbouw en verdediging van de DDR;
bijzondere prestaties in de strijd voor de vrede.
De orde kon worden toegekend aan individuen, aan DDR-organisaties of onderdelen daarvan en aan steden of gemeenten. De toekenning van de Vaderlandse Orde van Verdienste gebeurde door de voorzitter van de Staatsraad.
type a
zilvermerken van draagteken bij type b
achterzijde type g
Bij de orde in zilver hoorde een oorkonde en een premie:
1954 - 1973: jaarlijks een bedrag van 500 mark;
1974 - 1987: eenmalige premie van 5.000 mark voor individuen en een premie van 1.000 mark voor een lid van een collectief;
1987 - 1990: eenmalige premie van 5.000 mark.
Een persoon kon slechts een maal met een orde van een bepaalde klasse worden onderscheiden. Orden konden ontnomen worden bij onwaardig gedrag, het verliezen van het staatsburgerschap en het bekend worden van nieuwe feiten nadat de orde was toegekend en die zouden hebben verhinderd dat de orde zou worden toegekend.
zilvermerken van type b
Op 20 februari 1990 maakte het "Gesetzblatt" het Staatsraadbesluit van 5 februari 1990 wereldkundig dat staatsorden tot nader order niet meer werden toegekend en dat het betalen van een eventueel daarmee verbonden premie werd gestaakt. De "Vaterländischer Verdienstorden in Silber" is in totaal ongeveer 13.100 uitgereikt.
In het voormalige werkpaleis van de DDR-president Wilhelm Pieck hangt een foto waarop hij de medaille "Vaterländischer Verdienstorden in Silber" uitreikt aan de Victor Klemperer (1881 - 1960). Klemperer was literatuurwetenschapper, schrijver en politicus.
De uitreiking vond plaats in Schloß Niederschönhausen te Pankow (Berlijn).
Pieck draagt zelf o.a. de volgende onderscheidingen: Karl-Marx-Orden, Väterlandischer Verdienstorden in Gold en Held der Arbeit (te oordelen aan de hand van de vorm van de medaille; het lintje lijkt niet origineel). Onbekend is wat de grote onderscheiding is die deels onder zijn arm zit.
draagteken bij medaille type e (voorzijde)
In de "DDR Spezialkatalog Band I" van Bartel worden zes typen onderscheiden van de "Vaterländischer Verdienstorden in Silber".
(1954 - 1972) type a: zilver .900 (Punze)
type b: zilver .925 (Punze)
(1972 - 1975) type c: non-ferrometalen
(1975 - 1984) type e: non-ferrometalen, medaille aan los haakje, lintjes met schroeven
(1984 - ) type f: non-ferrometalen, medaille aan los haakje, lintjes zonder schroeven, achterzijde glad
( - 1990) type g: non-ferrometalen, medaille aan los haakje, lintjes zonder schroeven, achterzijde met reliëf
draagteken bij medaille type b (achterzijde)
medaille type a (detail)
medaille type c (detail)
medaille type e (detail)
medaille type g (detail)
In het afgebeelde document wordt een aanvraag gedaan om Oberst Rudi Mittig te onderscheiden met de "Vaterländischer Verdienstorden in Silber".
Mittig was medewerker van het "Ministerium für Staatssicherheit" (MfS). De aanvraag - met oog op de achttiende verjaardag van de MfS - is gedaan door zijn werkgever, specifiek door Generalmajor Fritz Schröder, sinds 1 januari 1964 plaatsvervangend minister. Hij stuurt de aanvraag naar Oberst Robert Mühlpforte - leider van de "Hauptabteilung Kader und Schulung".
De volgende argumenten worden gehanteerd om Mittig de onderscheiding te geven:
Kameraad kolonel Mittig zelf heeft actief bijgedragen aan de intensieve afhandeling van belangrijke operationele zaken, waardoor de uitvoering ervan werd versneld. Onder zijn leiding konden cruciale operationele zaken met betrekking tot de belangrijkste gebieden waarop de vijand de nationale economie ontwrichtte, succesvol worden afgerond, gevaarlijke vijandelijke steunpunten worden geliquideerd en een gefundeerde publieke analyse van de vijandelijke methoden tegen de DDR worden verkregen.
Door zijn persoonlijke invloed op de verbetering van de samenwerking met onofficiële medewerkers heeft kameraad Mittig het werk van het netwerk van onofficiële medewerkers binnen Hauptabteilung XVIII aanzienlijk versterkt. Dit maakte een beter begrip van de vijandelijke aanvallen op de nationale economie van de DDR mogelijk, zorgde voor meer steun aan belangrijke economische instellingen voor de staats- en economische bestuursorganen en maakte de verwerving van waardevolle technische en wetenschappelijke documenten uit het operationele gebied mogelijk.
Door zijn aanzienlijke invloed als hoofd van de diensteenheid en lid van de districtsleiding van de SED werden de beheersactiviteiten en het politiek-ideologische onderwijswerk van Hauptabteilung XVIII en Parteiorganisation XVI verder ontwikkeld.
De aanvraag was succesvol. Oberst Rudi Mittig werd op 8 februari 1968 onderscheiden met de "Vaterländischer Verdienstorden in Silber". Mittig werd in 1975 plaatsvervangend minister en in 1969 benoemd als generaal.
medaille type b (voorzijde)
Frank Bartel, Auszeichnungen der Deutschen Demokratischen Republik von der Anfängen bis zur Gegenwart, Berlin 1979, p. 106 - 107.
Frank Bartel, DDR Spezialkatalog 1949-1990 Band I, Staatliche Auszeichnungen, Berlin, 2003, p. 6 - 7.
Klaus H. Feder, Militärische Orden der Deutschen Demokratischen Republik, Berlin, 2011, p. 105.
Christian Halbrock, Tatort Stasi-Zentrale. Wer hat wo was entschieden?, Bundesarchiv/Stasi-Unterlagen-Archiv, Berlin 2023, ISBN 978-3-946572-61-9, p. 142 - 143.
Dirk Hubrich, Die Auszeichnungen der Generale des Ministeriums für Staatssichterheit. Selbstverlag, Dresden, 2025, p. 264, 272, 310.
Ralph Pickard, Stasi Decorations and Memorabilia. Volume II. Lorton Virginia, 2012, p. 588 - 591.
Ralph Pickard, Stasi Decorations and Memorabilia, Volume III, Lorton Virginia, 2018, p. 711 - 712.
Staatliche Auszeichnungen der DDR. (Herkunft: Zentralbibliothek der Gewerkschaften; Standort: Haus 901 / Raum 040). Die Kartei wurde 2017 konvertiert und anschließend makuliert. (www.bundesarchiv.de) p. 145.
Günther Tautz, Orden und Medaillen. Staatliche Auszeichnungen der Deutschen Demokratischen Republik, Leipzig, 1983, p. 122 - 123, 175.
draagteken bij medaille type a
draagteken bij medaille type a