II-512 Ehrenurkunde und Ehrengeschenk für 25jährige Dienstzeit (878)
Beschrijving Ere-geschenk Oorkonden
II 512b Ehrenurkunde und Ehrengeschenk für 25jährige Dienstzeit www.ddrmedailles.nl
Achtergronden
De "Ehrenurkunde und Ehrengeschenk für 25jährige Dienstzeit" (ere-oorkonde en ere-geschenk voor 25-jarige diensttijd) werd uitgereikt bij een diensttijd van 25 jaar aan officieren en onderofficieren van het nationale leger: NVA ("Nationale Volksarmee"). Voor medewerkers van het "Ministerium für Staatssicherheit" (ministerie van Staatsveiligheid) was een onderscheidend geschenk beschikbaar. Dit gold ook voor generalen en admiralen en tevens was voor civiele medewerkers ook een apart geschenk beschikbaar.

De onderscheiding werd op 1 juli 1970 voor het eerst uitgereikt en volgde op de medailles voor trouwe dienst voor 
5, 10 en 15 en 20 jaar. Bijzonder is dat voor de berekening van de diensttijd bij de toekenning van de medailles he
t jaar 1949 werd gehanteerd (het stichtingsjaar van de DDR); bij de toekenning van de ere-oorkonde werd het jaar 1945 gehanteerd. De uitreiking ging vanaf 1 mei 1973 vergezeld van een financiële toelage van 2500 mark. (Ook de mensen die de onderscheiding eerder hadden gekregen, ontvingen de toelage alsnog). Het uitgekeerde bedrag werd verhoogd op 1 januari 1974 tot 5000 mark.
Typen
In de "DDR Spezialkatalog 1949-1990 Band II" van Bartel worden twee typen onderscheiden. 

 1970 - 1976  a  tekst medaille: "Arbeiter und Bauern-Macht"
 1977 - 1990  b  tekst medaille: "Arbeiter-und-Bauern-Macht"

 
II 512b Ehrenurkunde und Ehrengeschenk für 25jährige Dienstzeit www.ddrmedailles.nl


512 NVA 25jährige Dienst Oorkonden
Bronnen
Wolfgang Barth & Wolfgang Max, Militärische Blankwaffen in der DDR, Chemnitz 2010, 1. Auflage, p.236-244.
Frank Bartel, DDR Spezialkatalog 1949 - 1990, Berlin 1998, p.130.
Frank Bartel, DDR Spezialkatalog Band II Auszeichnungen der bewaffneten Organe der DDR, Cottbus, 2009, 3. Auflage, p.129.
Klaus H. Feder & Uta Feder, Auszeichnungen der Nationalen Volksarmee der Deutschen Demokratischen Republik, Berlin, 1994, p.100-106.